Studietips derde graad basisonderwijs.

1. Hoe begin je eraan?
2. Studeren
3. Noteren
4. Leervaardigheden
5. Maken van Mindmap
6. Examen


  1.Hoe begin je eraan?

In dit eerste hoofdstuk willen we even met jou overlopen welke studie- en leefhouding helpt als je je schooltijd op een efficiënte en aangename manier wil doormaken, nog twee jaar lang. Niet alleen je motivatie, maar ook een gezonde leefwijze zijn daarbij van groot belang.

 

Motivatie

Je  goed voelen is enorm belangrijk. Je moet een positief beeld rond studeren opbouwen.

Een leerling moet een aantal uren per week met zijn schoolwerk bezig zijn, zoals iemand die een beroep uitoefent dat ook moet doen. Je moet dus proberen er het beste van te maken. Als je dat aanvaardt, wordt leren ooit nog een plezier.

Ten slotte: hoe hoger je motivatie, hoe beter je resultaten!

 Hoe kan je je motivatie bevorderen?

Belangrijk hierbij zijn je verwachtingen, wensen en plannen. Als je verwachtingen te hoog zijn, dan is de kans op een teleurstelling erg groot. Begin dus met plannen die realistisch en dus haalbaar zijn. Hoe meer positieve ervaringen je opdoet, hoe gemotiveerder je zal werken, hoe groter je vertrouwen wordt.

 

 Negatieve invloeden op je motivatie

Er zijn heel wat factoren, die je motivatie negatief kunnen beïnvloeden …

  • meningsverschillen met je ouders

  • problemen met je zakgeld
  • vragen over je gezondheid
  • een onaangename klassfeer
  • ruzie(tjes) met je vriend(in)

Deze kleine of grotere problemen van allerlei aard kunnen voor gepieker en afleiding zorgen. Tijd die je beter anders kan spenderen. Laat je niet afleiden door deze negatieve factoren en praat erover met je ouders of vrienden.

Als dat niet helpt, kan je op school terecht bij je klasleraar of het Centrum voor Leerlingen Begeleiding (CLB)

 

Gezonde voeding

  • Neem uitgebreid de tijd om te eten. Wanneer je met een hongerig gevoel studeert, werk je minder geconcentreerd. Hierdoor duurt het langer om een zelfde hoeveelheid leerstof onder de knie te krijgen.
    Onthoud: "Een lege maag studeert niet graag!

  • Eet voldoende vitaminen. Neem bij voorkeur een vers stuk fruit tijdens de pauzes. Dit geeft je de nodige energie om er terug tegenaan te gaan.

  • Vermijd een teveel aan suikers. Frisdranken onderdrukken de vermoeidheid. Je geest voelt zich dan terug wat fitter, maar jouw lichaam is daarentegen aan rust toe. Als je je vermoeid voelt, kan je beter gewoon even rusten.   Na een maaltijd stroomt er 20 tot 30% minder bloed door onze hersenen. Het is daarom af te raden om direct na het eten te studeren. Stel dus het studeren even uit en neem een pauze.  

Studeeromgeving

  • Zorg ervoor dat de plaats waar je studeert voldoende rustig is. Door geluiden in huis of buiten geraak je snel afgeleid. Zo vordert het schoolwerk maar traag en zal je ook minder aandachtig studeren. 

  • Zoek een koel plekje indien nodig.  Zorg dat er op je bureau alleen zaken liggen om te studeren. Ga na of je kamer voldoende verlicht is. Werk nooit onder een kleine bureaulamp. Zo moeten je ogen zich harder inspannen, waardoor je sneller moe wordt en misschien hoofdpijn krijgt.

  • Frisse lucht is noodzakelijk voor het goed functioneren van je hersenen. Wanneer je tijdens het studeren je raam gesloten houdt (vb. wegens geluidsoverlast), zorg dan dat je het tijdens de pauzes en na je studietijd opent.

  • Indien je gestoord wordt door onverwacht bezoek, vraag hen dan om een andere keer terug te komen. Laat vrienden en vriendinnen ook weten wanneer je studeert en dat ze dan niet mogen langskomen. Daarna heb je hen voor hen alle tijd van de wereld, maar je studietijd mag niet wijken voor nepproblemen of emotionele buien

        

Neem je tijd voor ontspanning

  • Neem op regelmatige tijdstippen een pauze. Het is beter om elk uur een korte pauze in te lassen, dan twee uur achter elkaar door te werken. Verlaat je studieruimte, eet of drink wat, en zorg voor voldoende beweging. Zorg dat je je spieren ontspant en je voldoende frisse lucht opsnuift. Na tien minuten kan je dan weer aan de slag.  

terug

2. Studeren

Het belang van een goede studieplanning

  • Studeren is niet enkel het opschrijven, samenvatten en leren van je lessen. Studeren is meer. Zo is tijdcontrole een zeer belangrijk gegeven bij je studie. Hoe je je tijd besteedt is vaak bepalend voor je resultaten. Wie zich onvoldoende organiseert, zal snel ontdekken dat hij zijn werk nooit op tijd afkrijgt. 

Hoe maak je een studieplan?

Elke mens is verschillend, zo ook je studieplan. Zo'n studieplan is persoonlijk. Wanneer je een plan opstelt zal dat er ongetwijfeld anders uitzien dan dat van jouw klasgenoot, omdat je misschien langer slaapt of meer/minder pauzes neemt. Of misschien heb je wat meer tijd nodig om de leerstof onder de knie te krijgen? Je agenda en je checklist zijn bij het maken van jouw studieplan onmisbaar.

  Agenda

Net zoals de boekhouding van een bedrijf, moet je er steeds voor zorgen dat je agenda correct en volledig is. Aan de hand hiervan kan je een studieplan opbouwen. Noteer welke taken en lessen tegen welke datum moeten afgewerkt worden. Neem je lessenrooster erbij zodat je naar de beste schikking kan zoeken.

   Checklist

Leg een lijst aan van de opdrachten, taken en lessen. Duid aan of doorstreep op deze lijst de afgehandelde punten. Hierdoor krijg je een overzicht van wat je reeds gedaan hebt en nog moet doen.
Zo zie je het werk vooruitgaan wat extra motiverend werkt!!!

 

Enkele tips

  • Begin met het echte geheugenwerk. Zo kan je op het einde van je studietijd deze stof nog eens herhalen.

  • Zorg voor voldoende afwisseling van activiteiten. Verdeel het schrijven, lezen, leren of herhalen zodat je niet te lang hetzelfde achter elkaar doet.

  • Zorg voor een goede rangschikking van de vakken. Herhaal één vak niet te lang. Begin bij voorkeur met eenvoudig werk, zodat je lastige taken kan aanvatten wanneer je reeds bent 'opgewarmd’.

  • Verdeel de gemakkelijke en moeilijke taken, zodat je op het einde niet enkel het zware werk nog moet verrichten. Zorg voor een goede mix.

Maak een eigen studieplan

Nu heb je voldoende informatie om je eigen studieplan op te stellen. Ga als volgt te werk:  

Hou gedurende een aantal weken een 'logboek' bij. Hierin noteer je hoeveel uur je besteedt aan slapen, eten, studeren, ontspanning,na een  tijdje krijg je zicht op de tijden wanneer je het best werkt. 

  • Stel met het logboek je eigen studieplan op.
     
  •  Maak na een week een evaluatie. Ga na of je je doel hebt bereikt. Als dit niet het geval is, ga na wat te veranderen en pas dan jouw schema aan.

  • Stel een nieuw op en houd rekening met de opgedane ervaringen. Tenslotte leer je het best uit je eigen fouten.

terug

VOORBEELD STUDIEPLANNING

WEEKPLANNING

 

Instuderen/maken

Toets

huistaak

Ma

Ned/wis/GT Frans

 

 

Di

Fys

Ned

Wis

Wo

Eng/Ges/GTFra

 

 

Do

GT Fra

Eng/ Ges

Fra

Vr

 

GROTE TOETS Fra

 

Za

BEGIN HERFSTVAKANTIE

 

 

Zo

WELVERDIENDE RUST TOT MORGEN

 

 

 

DAGPLANNING
(rekening houden met weekschema)

16.10-1700        ontspanning
17.00-17.30       maken planning
17.30-18.00       eten

18.00-18.15       rust
18.15-19.00       wiskunde                                             (Moelijkste vak eerst instuderen.)
19.00-20.00       ontspanning
20.00-20.45       engels

20.45-21.00       fysica
21.00-21.30       huiswerk frans overschrijven                   (Eindigen met makkelijkste taak.)

  

EXTRAATJE!!!! OVERZICHT BEHAALDE PUNTEN

Je hangt een overzicht op aan je bureau met al de punten die je al behaald hebt op je overhoringen. Zo weet je voor welke vakken je nog een extra-inspanning moet leveren.

 

Samenvatting

•          Je agenda is een belangrijk werkinstrument. Vul hem steeds volledig en correct in.

•          Start de studeersessie met een memoriseervak.

•          Wissel regelmatig van vak en activiteit.

•          Respecteer je schema. Studeer elke dag ongeveer op hetzelfde tijdstip en even lang.

•          Studeer het moeilijkste vak onmiddellijk na je ‘opwarming’.

·           Eindig je sessie met een ‘gemakkelijke opdracht’: een taak tikken of overschrijven met een rustig muziekje op de achtergrond en kopje warme melk.

terug

 

 3. Noteren

Als leerling moet je dikwijls veel noteren. Bepaalde lessen zijn zelfs echte schrijflessen. De leerkracht doceert en jij moet maar noteren. Vele leerlingen ondervinden hierbij problemen. Nochtans is goed leren noteren een belangrijke basis om goed te kunnen studeren. Jouw aantekeningen moeten een duidelijk en overzichtelijk beeld geven van de les.

  

Waarom noteren?

Een handboek is vaak niet voldoende om de volledige leerstof te begrijpen en te beheersen. Het is daarom noodzakelijk om goede notities te nemen. Het studeren van de leerstof zal dan heel wat gemakkelijker verlopen.

Goede notities bevatten:

  •         de weggevallen leerstof

  •         de bijkomende delen

  •         de vergelijkingen

  •         de samenvattingen

  •         de oefeningen

 De verschillende stappen?

  • Voor de les: neem je cursus door en ga na met welk onderdeel de leraar bezig is.
  • Tijdens de les: luister aandachtig en selecteer enkel de belangrijke zaken. Indien je alles noteert, zal je hopeloos achterop geraken.

  • Na de les: vul de dingen aan die je tijdens de les niet kon opschrijven. Onderstreep de belangrijkste punten. Breng duidelijke structuur aan. Alleen indien echt nodig, herschrijf je je notities. Je verliest hier vaak veel tijd mee, tijd die je goed kan gebruiken om de stof reeds in te oefenen of te memoriseren.   

Tips

  • Blijf niet met vragen zitten. Bij onduidelijkheden, vraag uitleg aan de leerkracht.
  • De structuur van de les wordt duidelijk aan het begin van elke les.
  • Let op signaalwoorden van de leraar. Vb. Ten eerste, hieruit volgt, tenslotte...
  • Plaats overeenstemmende indelingstekens op dezelfde hoogte (vb. I II III IV, A B C,...)
  • Maak op elke bladzijde een brede marge, met daarin de structuur.
  • Schrijf duidelijk
  • Schrijf enkel datgene op wat belangrijk is. Je bent verplicht vlug te noteren, gebruik zo weinig  mogelijk volzinnen.
    Afkortingen en symbolen zijn hierbij goede hulpmiddelen. Met een minimum aan woorden, een maximum aan informatie.

 Samenvatting

  • Luister aandachtig
  • Denk actief mee
  • Noteer niet alles
  • Schrijf juist, volledig en overzichtelijk

terug

 4. Leervaardigheden

 In de derde graad moet je al over een aantal leervaardigheden beschikken.

Leerstof memoriseren is één van de klassieke leervaardigheden die je zeker al onder de knie hebt. Voor een kleine hoeveelheid leerstof kan je via het memoriseren goede resultaten behalen. Als de leerstof omvangrijker wordt, is alleen memoriseren uitgesloten.

Daarom hebben we het ook even over andere vaardigheden, zoals leerstof verwerken en analyseren en synthetiseren (of het in verband brengen van afzonderlijke dingen met elkaar).

 

Hoe leerstof verwerken?

Eerst en vooral moet je je cursus blokklaar maken. Het instuderen verloopt zo veel sneller en eenvoudiger.

Deze studiemethode bestaat in een eerste fase uit: het lezen van titels, subtitels en studietekst en het markeren van trefwoorden bij het herlezen.

Je verwerkt vervolgens de leerstof door het opstellen van vragen en antwoorden.

Ten slotte verwerk je de trefwoorden en vragen en subvragen in een schema.

De opgestelde vragen kan je gebruiken om jezelf te controleren.

Dankzij deze methode ben je verplicht de leerstof vier keer te verwerken. Je zal merken of je alle lesonderdelen begrepen hebt en een mooi overzicht van een hoofdstuk van je leerstof hebben.

 

Hoe memoriseren?

Ook al zijn er meer en belangrijker leeractiviteiten in het moderne onderwijs staan we toch wat langer stil bij ‘het van buiten leren’.

Memoriseren is de laatste stap in het studeerstadium bij het instuderen van geheugenvakken.

  • Het memoriseren van een bepaald onderwerp spreid je best over enkele korte periodes. Leer 10 à 20 minuten intensief van buiten. Als je langer memoriseert, verslapt jouw aandacht.
  • Niemand kan zijn leerstof na de eerste maal volledig onder de knie hebben. De bedoeling bij het memoriseren is om te blijven herhalen. Al snel zal je het niveau van blijvende kennis bereiken.

  5. Maken van mind maps

Zoek jouw eigen wijze van memoriseren

Iedereen beschikt over verschillende geheugens: het visuele, het auditieve en het motorische. Ze zijn bij elke persoon in andere verhoudingen aanwezig. Je kan de leerstof dus op verschillende manieren inprenten. Maak voor jezelf uit welke leermethode jou het meeste ligt. Vaak zal je merken dat je de verschillende types door elkaar gebruikt. Het is belangrijk jouw ideale, persoonlijke mix te vinden.

Kijken = visueel geheugen

Luisteren = auditief geheugen

Hardop spreken = auditief + motorisch geheugen

Schrijven = visueel + motorisch geheugen

 

Enkele basisregels, naargelang het leertype dat je verkiest:

Visueel type

Maak structuurschema's. Onderlijn in de tekst en geef je notities wat kleur. Plaats de voornaamste woorden in de marge. Maak duidelijke indelingen. Schematiseer.

Auditief type

Lees hardop. Luister aandachtig tijdens de les. Laat de leerstof nog eens uitleggen. Neem eventueel samenvattingen van de leerstof op cassette op. Vertel het geleerde in eigen woorden.

Motorisch type

Neem veel notities tijdens de les. Maak een tekening of grafiek. Doe veel proeven. Werk met een steekkaartsysteem. Zoek afbeeldingen en illustraties.

  

Hoe losse informatie-eenheden memoriseren?

Spijtig genoeg moet je ook ongestructureerde informatie

onthouden. Ook dan is het belangrijk toch een rode draad te zoeken.

 

Tips

 - Lange opsommingen opsplitsen: het is belangrijk om jouw gegevens te ordenen. Zoek in je leerstof een logische of chronologische volgorde. Dit vraagt misschien wat tijd, maar het leren gaat een stuk sneller.

 vb. Leer volgende data: 1789 1993 1302 1215 1689

Dus 1215 1302 1689 1789 1993

 - Koppel de feiten en gegevens aan elkaar: tracht dus verbanden te leggen.

vb. Leer geen namen van steden zonder ze op de map te situeren of leer geen namen van auteurs zonder ze te koppelen aan hun boek of stroming.

 - Sleutelwoordmethode: via het sleutelwoord komt men gemakkelijker van het Nederlandse woord tot het vreemde woord.

 vb. zeer slecht = pessimum (Latijn)

Dus zoek een sleutelwoord. Zorg voor een associatie tussen de twee woorden: sleutelwoord = pessimistisch.

  

Praktisch voorbeeld

Er zijn heel wat mogelijkheden om woordenlijsten te leren. Hier volgen twee methodes.

 

Afdekmethode

  •           Neem eerst heel de lijst door.

  •           Bedek de rechterhelft

  •           Probeer te reproduceren zonder te kijken.

  •           Duid aan wat je nog niet kent.

  •           Herhaal de aangeduide woorden.

  •           Streep weer aan wat je nog niet kent.

  •           Doe dit tot alle woorden erin zitten.

  •           Herneem nog een- of tweemaal de hele reeks.

  •           Studeer nu de linkerhelft van de woordenlijst.  

Kaartjesmethode

  •          Neem enkele kaartjes

  •          Schrijf elk woord op een kaartje. Op de voorkant schrijf je het woord in het Nederlands, op de achterkant in de

    vreemde taal.
  •           Trek nu een kaartje, formuleer jouw antwoord en kijk op de achterzijde of jouw oplossing correct is.

  •           De kaartjes met de woorden die je nog niet kent, leg je opzij. Deze stapel blijf je herhalen tot je alle  woorden kent.

  •           Indien je vaak nieuwe woorden moet bijleren, kan je met dit systeem de voorgaande telkens mee herhalen. 

  •           Breng variatie in de volgorde van de kaartjes.

  

Een leerstrategie opbouwen

Je hebt ondertussen wel geleerd in een groot aantal lessen (en zeker in de lessen Nederlands) hoe je informatie moet opnemen, verwerken en weergeven.

Je leert deze vaardigheid nu ook door het maken van (grotere) taken voor alle vakken waar je allerlei bronnen moet raadplegen zoals handboeken, encyclopedieën, kranten, (vak)tijdschriften en het internet.

Ook in de lessen heb je geleerd te noteren en vragen te stellen.

Zo leer je kritisch en actief lezen en luisteren.

Door deze leerervaringen kan jij je globaal oriënteren in het leerstofgeheel van een bepaald vakgebied.

Via analyse en een schematische verwerking van leerstofonderdelen zal jij uiteindelijk beginnen met het leren van het synthetiseren van de materie van welk vak ook.

Die vaardigheid is de laatste en moeilijkste stap in het leerproces die leerlingen voor de  eerste keer zetten in het secundair onderwijs. Zij zullen die voor de rest van hun leven nodig hebben.

terug

 

6. Examen

De examens!?!

Nog steeds worden de examens gebruikt om te toetsen of je de gegeven leerstof kent. Het slagen voor de proefwerken is niet het eigenlijke doel van je studie, maar de examenresultaten zijn wel bepalend voor jouw verdere studieverloop. Heel wat studenten stellen zich voor de proefwerken te passief op. Ze wachten af in plaats van zelf initiatief te nemen. Het is belangrijk te achterhalen wat je kent, wat de eisen van de leerkracht zijn en hoe je de gegeven leerstof dient te structureren.

    Soorten examens

Schriftelijk examen

  • Lees eerst de vraag goed. Soms ken je het antwoord, maar formuleer je het verkeerd omdat je de vraag onvoldoende bestudeert.

  • Wees volledig, maar schrijf nooit te veel. Leerkrachten verwachten dat je een antwoord geeft op de vraag en niet het bewijs dat je alles van buiten hebt geleerd.

  • Schrijf jouw antwoord duidelijk en ondubbelzinnig op. Vermijd te moeilijke zinsconstructies. Zorg dat je geen fouten maakt tegen de zinsbouw en de spelling.

  • Controleer voor het afgeven of je op alle vragen hebt geantwoord. Overlees je antwoorden rustig.

  • Als je alles nagelezen hebt, geef je het examen af.

Mondeling examen

  • Luister goed naar de gestelde vraag en neem de tijd om rustig na te denken.

  • Bij een onduidelijke vraag, vraag meer uitleg. Dit is beter dan een antwoord geven dat op niets slaat.

  • Let op jouw uitspraak en maak goede grammaticale zinnen.
     
  • Probeer structuur in jouw antwoord te brengen.  

          

 Meerkeuzevragen  

  • Lees goed de aanwijzingen. Ze wijzen vaak op de manier van invullen en op de verdeling van de punten.

  • Lees eerst alle vragen. Zo kan je beter inschatten hoeveel tijd je nodig hebt om ze op te lossen. Het geeft je hersenen ook de kans om al op zoek te gaan naar antwoorden.

  • Geef eerst de antwoorden waarvan je zeker bent. Laat de vragen open waar je niet onmiddellijk kan opkomen. Zo heb je genoeg tijd om de vragen die je wel kan, te beantwoorden.
  • Als je het antwoord echt niet weet, kies dan uit de meest waarschijnlijke antwoorden.
  • Lees je proefwerk nog eens door en ga na of je alle vragen ingevuld hebt.

Open vraag

  • Lees goed de instructies. Ga na op hoeveel punten bepaalde vragen staan. Hou daar rekening mee bij de tijdsindeling.
  • Lees de vraag grondig. Ga na wat de leraar van jou verwacht: verklaar, vergelijk, benoem,...
  • Werk met jouw kladblad. Maak een kort schema en deel jouw verhaal in alinea's op, die elk een afgerond geheel vormen.
  • Laat bij elk antwoord ruimte open voor eventuele toevoegingen later.

Vraagstukken

  • Ga systematisch te werk. Lees de opgave zorgvuldig en maak een analyse.
  • Maak een beknopt schema en werk het vraagstuk in detail uit.
  • Controleer of het gegeven antwoord overeenkomt met het gevraagde. Werk desnoods achteruit. 
  • Gebruik je gevonden antwoord en ga op zoek naar een van de gegevens.
  • Bij het bekomen van hetzelfde  antwoord, is de kans op een juist antwoord groot.
  • Als je geen tijd meer hebt of ergens vast geraakt, schrijf dan op wat je al wel gevonden hebt. Vaak   staan er punten op de manier van antwoorden. Als de werkwijze goed is, maar het antwoord niet, krijg je misschien toch nog een deel van de punten.

Evaluatie van de proefwerken

  Niet geslaagd?

Indien dit het geval is, blijf dan niet bij de pakken zitten. Wie niet geslaagd is voor een of meerdere vakken is daarom niet minder verstandig of minder wilskrachtig. Ga na waar jouw zwakke punten liggen.

  • Voorbereiding: was je planning goed?

  • Examen zelf: heb je de vragen goed gelezen? Had je genoeg tijd bij het oplossen?
  • Je antwoorden: heb je schrijffouten gemaakt? Ben je gedetailleerd genoeg geweest of misschien zelfs te uitgebreid?

Je kan steeds bij jouw leerkracht terecht om je examen  te overlopen. Luister aandachtig naar de gegeven kritiek . Als je je problemen kent en je bereid bent om eraan te werken, zal je in de toekomst minder moeilijkheden ondervinden.

   

Samenvatting

  • Waaruit bestaat de examenleerstof? Zijn vooral de hoofdzaken of details belangrijk? 
  • Moet je ook theorie kennen (definities, afleidingen) of alleen oefeningen oplossen?
  • Is het een schriftelijk of mondeling examen? Dit vraagt een andere vorm van voorbereiding.
  • Verzamel examenvragen van vorige jaren en combineer die met de vragen van de testen tijdens het jaar.
  • Stel voor jezelf enkele vragen op.
  • Zorg dat je alles leert.   
  • Zorg voor voldoende nachtrust en gezonde voeding.

 

 

 
CLB GO! Genk-Maasland